Motiveer je leerlingen met relevant en inspirerend Duits onderwijs
Afgelopen maart mocht ik opnieuw vanuit Malmberg een workshop verzorgen op het Nationaal Congres Duits. Waar ik twee jaar geleden sprak over hoe je met behulp van werkvormen de motivatie van je leerlingen kunt prikkelen en daarmee de relevantie van je vak kunt vergroten, ben ik tijdens deze workshop dieper ingegaan op de materie rondom activerende didactiek. Daarbij stond centraal wat de meerwaarde hiervan kan zijn voor de motivatie van leerlingen en voor het vergroten van de relevantie van je vak.
Inhoud workshop
Naast het bespreken van enkele interessante theoretische kaders, vond ik het vooral belangrijk dat deelnemers konden ervaren hoe deze didactiek er in de praktijk uit kan zien.
Daarom gingen we samen aan de slag met verschillende werkvormen en opdrachten die ik de afgelopen jaren zelf heb ontwikkeld en in mijn lessen op het Jan Tinbergen College heb toegepast.
Dit leverde veel waardevolle en inspirerende gesprekken op over hoe we ons didactisch handelen verder kunnen ontwikkelen en kunnen blijven groeien als professionals
Aanleiding activerende didactiek
’'We maken de leerling passief door de leerstof over hen heen te storten, R. Melisse (2014)''. Deze uitspraak van Melisse omschrijft precies de reden waarom ik mijn lessen anders ben gaan inrichten. De afgelopen jaren hebben mijn collega’s en ik veel te maken gehad met onderuitgezakte, ongemotiveerde en passieve leerlingen in de les. Hoe vaak we de stof ook uitlegden, het huiswerk controleerden of leerlingen aanspraken op hun gedrag, er kwam weinig verbetering in hun motivatie en werkhouding.
Om te onderzoeken wat ik hieraan kon doen, ben ik de theorie ingedoken. Al snel kwam ik tot de conclusie dat ik, in plaats van het gedrag van mijn leerlingen te willen veranderen, eerst kritisch moest kijken naar de manier waarop ik mijn lesstof aanbood. Ik was voornamelijk bezig met het voorkauwen van de stof, wat leidde tot passiviteit bij de leerlingen. Zij werden daardoor niet geprikkeld om actief met de leerstof aan de slag te gaan en zich de kennis eigen te maken. Aan de hand van de cirkel van betrokkenheid en invloed van Covey (2023) leerde ik dat ik wel degelijk invloed kan uitoefenen op de invulling van mijn lessen en op de manier waarop ik ervoor kies de leerstof aan te bieden.
Om mijn lessen beter te laten aansluiten bij de behoeften van de leerlingen, ben ik gaan inventariseren waar zij behoefte aan hebben. Dit zorgde er niet alleen voor dat ik de leerlingen beter leerde begrijpen, maar ook dat ik mij verder kon verdiepen in de theorie, met als doel uiteindelijk tot een passende en theoretisch onderbouwde oplossing te komen.
Theoretische verkenning
Vanuit een constructivistisch perspectief spreken verschillende onderzoekers mij aan, omdat zij benadrukken dat leren een actief en sociaal proces is. Zo stellen Thomas M. Duffy en David H. Cunningham (1996) dat kennis wordt opgebouwd door middel van een actieve constructie van de leerstof. Leerlingen nemen informatie dus niet simpelweg passief op, maar geven er zelf betekenis aan door ermee aan de slag te gaan. Ook het werk van Lev Vygotsky (1987) sluit hierbij aan. Hij benadrukt dat kennis vaak ontstaat in interactie met anderen. Door samen te ontdekken en te leren, kan een leerling zich ontwikkelen binnen de zogenoemde zone van naaste ontwikkeling. In die zone kunnen leerlingen, met ondersteuning van anderen, leerstof begrijpen en eigen maken die zij zelfstandig nog niet volledig zouden beheersen. Daarnaast beschrijft René Melisse (2014) activerende didactiek als een verzamelbegrip voor alle interventies die een leraar inzet om de (denk)activiteit van leerlingen te stimuleren. Dit sluit goed aan bij het constructivistische idee dat leerlingen actief betrokken moeten zijn bij hun eigen leerproces. Samen onderstrepen deze onderzoekers het belang van actief, interactief en betekenisvol leren, waarbij de leerling een centrale rol speelt in het construeren van kennis.
Van theorie naar praktijk
In mijn zoektocht naar effectieve manieren om leerlingen actiever te betrekken bij hun leerproces heb ik verschillende theoretische inzichten over activerende didactiek bestudeerd. Uit deze verkenning kwamen een aantal belangrijke kernbegrippen naar voren die als basis dienen voor mijn lessen en de werkvormen die ik inzet:
- Een belangrijk uitgangspunt is dat het eigenaarschap van het leerproces bij de leerling ligt. Leerlingen worden gestimuleerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun leren en actief betrokken te zijn bij het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden.
- In dit proces neemt de docent vooral een coachende en begeleidende rol aan. De docent ondersteunt, stelt vragen en helpt leerlingen verder wanneer dat nodig is, maar laat tegelijkertijd ruimte voor eigen initiatief en ontdekking.
- Om dit te realiseren ontwerpt de docent lesactiviteiten die het denken van leerlingen prikkelen. Door middel van activerende werkvormen en samenwerkend leren worden leerlingen uitgedaagd om met de leerstof aan de slag te gaan, ideeën uit te wisselen en gezamenlijk tot nieuwe inzichten te komen. Op deze manier ervaren leerlingen de kennis actief en maken zij zich deze daadwerkelijk eigen.
De uitspraak van Melisse: ''Je moet altijd door onveiligheid heen om nieuwe veiligheid te vinden’' (R. Melisse, 2014) weerspiegelt treffend het proces dat ik heb doorlopen bij het vertalen van theorie naar mijn onderwijspraktijk. Het loslaten van werkwijzen waarmee zowel mijn leerlingen als ik vertrouwd waren, en die een gevoel van veiligheid en voorspelbaarheid boden, bracht aanvankelijk gevoelens van onzekerheid en spanning met zich mee. Gedachten als Wat als de gekozen aanpak averechts werkt? en Wat als de resultaten van leerlingen juist verslechteren? speelden hierbij een rol. Dit proces vroeg van mij dat ik bestaande routines durfde los te laten en bereid was nieuwe didactische benaderingen te verkennen. Het vereiste een bewuste keuze om buiten mijn vertrouwde handelingsrepertoire te treden en te experimenteren met andere vormen van onderwijs. Deze stap was noodzakelijk om te komen tot een duurzame en effectieve verandering in mijn pedagogisch-didactisch handelen, in de wijze waarop ik leerstof aanbied en in de werkhouding en motivatie van mijn leerlingen voor mijn vak.
De ontwikkelde werkvormen hebben uiteindelijk bijgedragen aan een positieve verandering binnen mijn lessen. Tegelijkertijd bleek dat sommige leerlingen, naast het zelfstandig ontdekken en verwerken van de leerstof, behoefte hielden aan meer expliciete begeleiding. Deze ondersteuning kon vervolgens gerichter en op meer individuele basis worden aangeboden. Daarnaast moet worden opgemerkt dat niet alle praktijkvoorbeelden zonder meer toepasbaar zijn op iedere doelgroep. In dergelijke gevallen is het noodzakelijk de werkvormen aan te passen aan de specifieke behoeften en kenmerken van de betreffende leerling of groep. Deze flexibiliteit vormt een essentieel onderdeel van het didactisch handelen.
Praktijkvoorbeelden
Hieronder volgt een overzicht van didactische werkvormen en praktische opdrachten die ik de afgelopen jaren heb ontwikkeld en uitgevoerd in de klassen 2, 3 en 4 van de mavo-, havo- en vwo-afdeling.
- In deze aanpak staat samenwerkend leren centraal. Het doel van scrummen is dat leerlingen in groepjes van vier gezamenlijk de leerstof ontdekken en zich deze eigen maken. Dit doen zij aan de hand van leerdoelen die zij uitwerken met bijpassende opdrachten.
- Door de taakverdeling binnen het groepje krijgen leerlingen niet alleen verantwoordelijkheid voor hun eigen werk, maar ook voor het leerproces van de groep. Hierdoor ontstaat meer eigenaarschap over het leren en bewaken leerlingen samen de voortgang.
- De docent neemt hierbij voornamelijk een coachende rol aan. Hij of zij controleert de uitgewerkte leerdoelen en geeft waar nodig feedback om het leerproces te ondersteunen.
- Ter controle van de opgedane kennis maken de leerlingen bijvoorbeeld een oefentoets of presenteren zij hun resultaten in de vorm van een presentatie of pitch.
- Naast het oefenen van leesvaardigheid met behulp van oud-examens en teksten uit de methode, wordt leesvaardigheid ook getraind door literatuur in de lessen toe te passen. Door met een boek te werken, leren leerlingen niet alleen teksten beter begrijpen, maar ook verbanden leggen en dieper nadenken over een verhaal.
- Tijdens het lezen vatten de leerlingen de hoofdstukken samen aan de hand van leerdoelen. Op deze manier houden ze overzicht over de inhoud van het boek en leren ze de belangrijkste gebeurtenissen te selecteren. Daarnaast maken ze verschillende opdrachten om het verhaal verder uit te diepen. Zo stellen ze een chronologische tijdlijn op met de belangrijkste gebeurtenissen uit het verhaal. Ook werken ze de personages uit en brengen ze de onderlinge relaties tussen de personages in kaart, waarbij ze uitleg geven over de aard van deze relaties. Verder besteden de leerlingen aandacht aan de titel en ondertitel van het boek en geven ze een toelichting op de betekenis hiervan. Een ander belangrijk onderdeel is het analyseren van de leugens die de personages vertellen en de bijbehorende waarheden die daarachter schuilgaan.
- Voor deze lessen heb ik gekozen voor het boek Die ganze Wahrheit, omdat dit verhaal de leerlingen uitnodigt om een onderzoekende rol aan te nemen. In het boek staat namelijk een misdrijf centraal dat de leerlingen stap voor stap proberen op te lossen, waardoor zij actief betrokken raken bij het verhaal en gemotiveerd worden om aandachtig te lezen.
Cultuur
Een voorbeeld hierbij is de kijkdoos opdracht:
-
De leerlingen krijgen de opdracht om een Duitse stad te kiezen. Vervolgens doen zij zelfstandig onderzoek naar deze stad en haar belangrijkste bezienswaardigheden. Op basis van hun bevindingen maken zij een kijkdoos.
-
De opdracht voor de kijkdoos is dat de docent aan de hand van wat er in de doos te zien is, moet kunnen raden om welke stad het gaat. De leerlingen mogen hierbij geen woorden gebruiken; alles moet visueel worden weergegeven.
- Leerlingen die willen excelleren, kunnen naast het maken van de kijkdoos ook een korte pitch over de stad geven in het Duits. Afhankelijk van hun niveau en leerjaar mogen zij hierbij gebruikmaken van steekwoorden ter ondersteuning.
Aangezien burgerschap een steeds prominentere rol speelt in het onderwijs en wij dit ook in onze lessen moeten implementeren, heb ik ervoor gekozen om dit te koppelen aan cultuurvaardigheden. Een voorbeeld hiervan is de opdracht met kerstkaarten.
- De leerlingen krijgen eerst uitleg over de briefconventies. Vervolgens maken ze een kerstkaart die zij sturen naar iemand in een verzorgingstehuis. Op de kaart schrijven ze in het Duits een kerstgroet. Daarbij moeten ze de geleerde briefconventies correct toepassen.
Werkvormenbundel
Om andere collega’s te inspireren om meer gebruik te maken van activerende didactiek, heb ik een werkvormenbundel samengesteld. Ik weet uit ervaring dat er vaak veel tijd gaat zitten in het ontwerpen van effectieve werkvormen. Daarom heb ik besloten mijn eigen ontwerpen, motivatietips en online tools die ik in mijn lessen gebruik te bundelen en te delen.
In dit boekje vind je verschillende QR-codes die je direct naar de bijbehorende werkvormen, motivatietips en online tools leiden. Via deze links krijg je toegang tot het bijbehorende materiaal, een duidelijke uitleg en een toegelichte theoretische onderbouwing van de werkvormen.
Twee jaar geleden heb ik deze bundel al gedeeld tijdens mijn eerste workshop op het congres. Sindsdien heb ik de bundel verder uitgebreid en aangevuld met nieuw materiaal, zodat deze nog meer praktische inspiratie en handvatten biedt voor collega’s die hun lessen activerender willen maken.